Monologen

“Had ik maar …”, een theatrale voordracht; “If only I had …”, Engelse versie

Nos-TV 14 juli 2016

fragment uit NOS-uitzending juli 2016

De dramatische voordracht “Had ik maar …” is o.m. onderdeel van de training ‘Oumnia Works’ en geeft een aangrijpend beeld over wat er gebeurt in een gezin, als een dochter of een zoon in korte tijd een eigen weg inslaat en radicaliseert. Twee moeders vertellen wat ze meemaken: “het ergste van het ergste.” Anita Poolman heeft het script geschreven. Quirine van Hoek, violiste, verzorgt de muzikale omlijsting. De voordracht wordt afwisselend gebracht door Anita Poolman, Martine de Moor en Karima el Fillali.
Er is een Engelse versie beschikbaar onder de titel “If only I had …”. Op 15 februari 2017 is deze versie gespeeld onder begeleiding van de begenadigde ud-speler Amer Shanati tijdens the International Conference on Returning Foreign Terrorist Fighters in Den Haag.
Duur: 40 minuten.
Script/spel: Anita Poolman
Vioolbewerking/viool: Quirine van Hoek
Oumnia betekent hoop in het Arabisch, oum moeder. Doel van het de training Oumnia Works is vrouwen bewust te maken van de risico’s die hun kinderen lopen. “Had ik het maar geweten; had ik maar hulp kunnen halen.” Deze hartenkreet van ouders met kinderen die radicaliseerden, vormt het uitgangspunt van de training, die uit zeven modules bestaat en is ontwikkeld door een team van deskundige medeontwikkelaars. Tijdens de intensieve pilotfase hebben de moeders een belangrijke aandeel gehad in het vervolmaken van de training.
De training is een initiatief van Karima Sahla, directeur van Steunpunt Sabr/Den Haag, en wordt gefaciliteerd door Gemeente Den Haag. Vanaf januari 2017 is de training landelijk uitgerold. (Informatie Oumnia Works: 06-14427888, www.oumniaworks.nl)

“We moeten vluchten!”, herinneringen van een Haags meisje tijdens de bezettingsjaren

foto: René Verleg

foto: René Verleg

De generatie die de oorlog heeft meegemaakt wordt kleiner en kleiner, maar het verdriet, de herinneringen komen nog regelmatig naar boven. Onder oorlog zet je niet zomaar een streep. De voorstelling “We moeten vluchten!” is grotendeels gebaseerd op waargebeurde gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. De oorlog bepaalt sluipend en steeds dramatischer het dagelijkse leven van een kunstenaarsgezin waarin theater en muziek centraal staan.
Barbara is een levenslustig meisje. Ze woont met haar ouders, haar zus Anna en haar broer Chris in Den Haag. Haar vader is acteur, een onzeker bestaan. Er is al jarenlang crisis. Veel mensen zijn werkloos. Haar ouders houden van elkaar, maar ze ruziën vaak. Meestal over geld. Als pappa piano speelt, vallen alle zorgen weg. Barbara heeft drie hartsvriendinnen: Eva, Wies en Katja. Ze vormen een klavertje vier: vier blaadjes verbonden door één steel. Een klavertje vier, dat geknakt wordt door de oorlog. De gekleurde zeeprestjes, die na de oorlog worden bewaard in glazen potten bovenin de keukenkast, staan symbool voor de traumatische oorlogsherinneringen.

De voorstelling wordt gespeeld in scholen, bibliotheken, wijkcentra, kleine theaters, etc.; is geschikt voor 10 jaar en ouder.

-scenario/spel: Anita Poolman
-viool/muziekkeuze: Quirine van Hoek
-bron: ‘Gekleurde zeeprestjes’, uitgeverij Anita Poolman Producties, Den Haag 2014/2015

facebookpagina “We moeten vluchten!”

 

‘De kloeke Tesselscha’, een voordracht

'De kloeke Tesselscha'

Elck syn waerom
Maria Tesselschade (1594 – 1649)

Er is geen stad in Nederland of er is wel een straat of plein naar haar genoemd. Wie was nu eigenlijk Maria Tesselschade? Geboren op 25 maart 1594 in Amsterdam als derde dochter van Roemer Visscher kreeg ze bij haar doop de naam Tesselscha aan haar eigenlijk naam Maritgen toegevoegd. Een naam die haar vader haar gaf als herinnering aan de schade die hij leed als scheepsassuradeur toen enkele maanden voor haar geboorte een vloot schepen vrijwel geheel verging in een herfststorm voor de kust van Texel. Ze kreeg net zoals haar broer Pieter en zuster Anna een veelzijdige opleiding in o.m. allerlei vreemde talen, zingen, tekenen, schilderen, dichten en glas graveren. Ze werd ook geprezen om haar bloemsierkunst: een heel vergankelijke kunst.

Net zo vergankelijk bleken haar andere kunstuitingen, waarvan geen spoor is terug te vinden, op enkele gedichten na. Ze leeft voort in de woorden van haar tijdgenoten en dat waren niet de eerste de besten: P.C. Hooft, Brederode, Constantijn Huygens, Barlaeus, etc. Anna en vooral Tesselschade waren de ziel van het gezelschap in hun vaders huis en later bij logeerpartijen op het Muiderslot waar veel intellectuelen te gast waren bij slotvoogd P.C. Hooft. Tesselscha trouwde met oud-officier Allard Crombalgh. Ze kregen drie dochters. Man en kinderen zou ze overleven.

Het is fascinerend te zien hoe Tesselschade rustig haar eigen weg gaat in haar huwelijkskeuze en in haar geloof. Later keert ze openlijk terug naar het rooms-katholieke geloof, nog niet lang daarvoor in de Republiek afgezworen. Haar raadselachtige zinspreuk “Elck syn waerom” heeft een diepe zin. Ze is zich bewust, dat op de bodem van ieder hart wensen sluimeren die naar het onbereikbare zich uitstrekken en van welke niemand rekenschap kan geven.
Duur: 40 minuten

Bron:
-‘Het volk met lange rokken’, Elisabeth Keesing, E. Querido’s Uitgeverij BV, 1987
-voorwoord van Joan A. Patijn-Bijl de Vroe in brochure van solovoorstelling ‘De Kloeke Tesselscha’, 1987
-‘Een onwaerdeerlycke vrouw’, brieven en verzen van en aan Maria Tesselschade, Dr. J.A. Worp

‘Constanter’, een voordracht

'Constanter', monoloog

Dat noyt geen levend mensch min ledigh heeft geleeft
Constantijn Huygens (1596 – 1687)

Constantijn Huygens was zoon van Suzanne Hoefnagel, telg uit een Antwerpse koopliedenfamilie, en Christiaen Huygens, secretaris van de Raad van State. Na thuis een voorbeeldige opvoeding genoten te hebben, studeerde hij rechten in Leiden. In 1625 werd hij secretaris bij Prins Frederik Hendrik. Tot aan zijn dood zou hij drie prinsen van Oranje dienen. Een man van zeldzame ontwikkeling en betekenis op allerlei gebied met open oog voor nieuwe ontwikkelingen in kunst en wetenschap. Hij was kunstkenner en -adviseur, schrijver/dichter en musicus/componist. Zijn vrouw, Suzanne van Baerle, stierf op jonge leeftijd. Al vroeg stond hij dus alleen voor de opvoeding van zijn vijf kinderen. Zijn zoon Christiaen werd een wereldberoemde wis- en natuurkundige. Op 91-jarige leeftijd overleed Constantijn Huygens in ‘s-Gravenhage.

Waarom een voordracht over Constantijn Huygens? Jaren geleden kwam ik regelmatig op zijn buiten Hofwijck in Voorburg. Ik raakte steeds meer geïnteresseerd in deze veelzijdige man in wie je als het ware de hele cultuur van de Gouden Eeuw ziet weerspiegeld. Wat mij, afgezien van die ongelooflijke veelzijdigheid en kennis, treft, is de menselijkheid die uit zijn dichtwerk straalt. Hij was, altijd relativerend en intensief met dezelfde wonderlijke grote en kleine dingen in het leven bezig als waarvan wij nu zo vervuld zijn … Daarbij bediende hij zich van een nuchtere zelfspot: soms melancholiek, ontroerd; dan weer uitgelaten, vol humor en ook vlijmscherp. “Constanter” was zijn lijfspreuk. Hij streefde naar standvastigheid van geest en gemoed.

De voordracht ‘Constanter’ geeft maar een minuscuul deel van hetgeen Huygens op literair gebied heeft geproduceerd. ’t Is een persoonlijke keuze met als leidraad: Huygens’ levensloop.
Duur: ca. 40 minuten

De monoloog ‘Constanter’ is destijds in 1984 in première gegaan in Hofwijck daarna seizoenen lang te zien geweest in Nederland en België. Regie: Kees Coolen

‘Noem mij maar Kartini’

foto: Döne Aktas

Museon Den Haag (foto: Döne Aktas)


Vraag me niet wat ik wíl, vraag me wat ik mág
Kartini (1879 – 1904)

“Noem mij maar Kartini” was het typerende en bescheiden antwoord van Raden Adjeng Kartini op de vraag van een Nederlandse correspondentievriendin, hoe ze aangesproken wilde worden.
Brieven voornamelijk gericht aan mevrouw Abendanon, echtgenote van de directeur van het Departement van Onderwijs, Eredienst en Nijverheid, vormen de basis van de monoloog “Noem mij maar Kartini”. Ze zijn geschreven in de periode 1900 – 1904.

Toen ik jaren geleden een korte levensbeschrijving over Kartini las en wat later haar vele brieven, raakte ik onder de indruk van haar persoonlijkheid. Niet alleen door haar prachtige Nederlandse taalgebruik, maar ook door haar wilskracht, haar warmte en vooral door haar moed. Een jonge vrouw die in díe tijd – de vorige eeuwwisseling – opkwam voor de rechten van de vrouw, voor de rechten van haar landgenoten. Ondanks de tegenwerking die ze ondervond van haar naaste omgeving, ondanks de strenge inlandse gebruiken (de adat) die haar “kooiden”, hield ze vast aan haar idealen en ideeën. Keer op keer moest ze pijnlijke teleurstellingen incasseren en iedere keer weer zag ze een opening om toch haar doel te bereiken.
Tijdens het lezen van de brieven genoot ik van de ingetogen maar ook passievolle ontboezemingen van Kartini, van haar genegenheid voor haar familie en van haar grote liefde voor de Javaanse cultuur en natuur: de gamelanmuziek, het houtsnij- en goudsmeedwerk, de textiele kunst en niet te vergeten de zee.

De brieven hebben een eeuw later niets aan kracht ingeboet en geven een aangrijpend beeld van een leven van een regentendochter in het voormalige Nederlands-Indië dat bepaald werd door inlandse tradities, uithuwelijking, polygamie, invloeden van het kolonialisme en de westerse cultuur.

-tekst- en speladviezen: Trins Snijders
-duur: 90 minuten*
-eerste voorstelling: Theater Zwembad De Regentes, 19 oktober 2006
(*) Er zijn verschillende versie beschikbaar die in overleg aangepast kunnen worden. De voorstelling leent zich – indien gewenst – voor een nagesprek.

Anita Poolman werkt regelmatig samen met danseres Romanita Santoso. Deze versie van ‘Noem mij maar Kartini’ (een compositie van dans en woord) wordt afgewisseld met speciaal op de monoloog toegespitste Javaanse dansimprovisaties.

‘Van Nutteloozen Toeschouwer tot Voordrachtskunstenaar’

een voorstelling over de laatste jaren van Louis Couperus

“Het bewustzijn is over mij gekomen, dat ik niet anders ben dan een toeschouwer …” Louis Couperus, augustus 1914

“Het bewustzijn is over mij gekomen, dat ik niet anders ben dan een toeschouwer …”
Louis Couperus, augustus 1914

Anita Poolman draagt voor uit werk van Louis Couperus: een keuze uit zijn aangrijpende feuilletons in briefvorm en uit zijn voordrachten tussen 1915 – 1923.
Romanita Santoso lardeert en omlijst de voorstelling met pianowerken van Nederlandse componisten.
In 1915 keerden Louis Couperus en zijn vrouw Elisabeth na een jarenlang verblijf in het buitenland terug naar Den Haag. In de zomer van het jaar daarvoor verbleven ze in München en werden ze overvallen door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Onzekere en spannende weken braken aan. Hij voelde zich een “nutteloze toeschouwer”. Hij probeerde zijn tijd te begrijpen en legde dit op indringende wijze vast in brieven, die later gepubliceerd zouden worden in het dagblad Het Vaderland. Kort na zijn terugkeer werd hij gevraagd lezingen te houden. Zijn optredens waren een ware rage. Hij ontpopte zich als een ware voordrachtskunstenaar.

De levensvragen die Couperus zich stelde, zijn nog altijd onze vragen. Hoe kan een mens zichzelf overeind houden in een wereld waarin alles vergankelijk is, waarin geen blijvend houvast te vinden is in geloof, filosofie, ideologie …? (Bas Heijne uit zijn essay: Angst en schoonheid, De Bezige Bij, 2013)

scenario/spel: Anita Poolman
muziekkeuze/piano: Romanita Santoso
speladvies: Trins Snijders
duur: avondvullend (een verkorte versie is in overleg mogelijk)
muziek: pianowerken van Alexander Voormolen, Van den Sigtenhorst Meyer, Jaya Suprana

eerste voorstellingen in Theater Branoul: 12, 13 en 15 november 2015

facebookpagina ‘Van Nutteloozen Toeschouwer tot Voordrachtskunstenaar’

‘Jemand’

Literaire Salon-Haagse Kunstkring-23 maart 2014

Een voordracht over Bertha von Suttner met een vleugje Couperus

Bertha von Suttner (1843-1914) was een markante en gepassioneerde vrouw. Onvermoeibaar wijdde ze haar leven aan een van de mooiste idealen van de beschaving: de vrede.
Ze initieerde congressen over vrede en ze nam het initiatief tot de oprichting van vredesbewegingen. Ze pleitte voor een internationaal Hof van Arbitrage en ze heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het Vredespaleis in Den Haag. Ze was een begenadigd schrijfster (roman ‘Die Waffen nieder’) en spreekster. Haar bevlogen speeches in Europa en Amerika zijn hiervan het bewijs. Citaten hieruit vormen de basis voor de indringende voordracht ‘Jemand’. Ze stierf vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, waar Louis Couperus in München een paar maanden later getuige van was.

De eerste uitvoering was tijdens de Salon Vrouwen, Vrede en Recht op 21 september 2013 in het Kuhrhaus t.g.v. de viering van 100 jaar Vredespaleis. Het gedachtegoed van Bertha von Suttner blijft actueel en inspirerend.

Script/spel: Anita Poolman
Duur: 45 minuten (aanpassing mogelijk)